Privé / professioneel; de juiste balans of joúw balans?

Het is een terugkerende discussie: de scheiding en balans tussen privé en zakelijk binnen sociale media. Deze discussie had misschien wel zijn hoogtepunt rond de introductie van Whoopaa, een social media-tool die deze scheiding heeft doorgevoerd in haar dienst. Veel mensen roepen dat deze scheiding in social media niet gewenst of zelfs niet meer aanwezig is. Daarom wil ik graag in deze blogpost een lans breken voor hen, die wél behoefte hebben aan onderscheid tussen privé en zakelijk communiceren.


Ik voel me prettig in het grijze gebied tussen privé en zakelijk. Het is altijd leuk als ik bij zakelijke relaties aanschuif en zij weten wat mij in het dagelijks leven bezighoudt. Het zorgt voor onverwachte gesprekken of gedeelde interesses. Andersom werkt het ook: regelmatig zijn mijn persoonlijke contacten ook zakelijk geïnteresseerd, omdat zij ook dit gedeelte van mijn leven meekrijgen. Mijn beleving is dat ik zowel privé als zakelijk dezelfde persoon ben. Dus zo ook in de sociale media.

Wat je helaas (te) vaak ziet gebeuren in de (social) media consultancy, is dat de zogenaamde social media-goeroes hun eigen behoeftes, workflow en persoonlijke voorkeuren reflecteren op anderen. Dat ik persoonlijk geen moeite heb mijn privéleven (deels) te tonen, betekent niet automatisch dat anderen hier geen moeite mee (mogen) hebben. Dus als mensen aangeven dat ze worstelen met het delen van hun persoonlijke leven, zou ik kunnen vertellen dat dit nou eenmaal ‘het nieuwe werken’ is. Waarschijnlijk heeft dit echter een averechts effect. En werpt het juist een drempel op voor deze mensen.

Uiteraard zijn transparantie, authenticiteit en persoonlijkheid sleutelwoorden in sociale media. Wat mij betreft zijn het echter slechts de kaders. Mensen bepalen zelf hoe ze binnen deze kaders hier invulling aan geven. Het is dan ook niet vreemd om te zien dat de vele ‘do’s en don’ts’ over hoe je in sociale media moet acteren als paddenstoelen uit de bloggende grond schieten. Dit soort ‘regeltjes’ gaan echter lang niet voor iedereen op. Ze kunnen mensen voor wie deze ‘regeltjes’ niet zo vanzelfsprekend zijn, zelfs afschrikken. Het mooie van sociale media is dat iedereen zelf bepaalt hoe, wat, wanneer, waarom en met wie hij of zij actief is. Uiteraard werkt het één beter dan het ander, maar dat leer je vaak gaandeweg. Daarbij kom je er bovendien al snel achter dat de lijn tussen privé en zakelijk helemaal niet zo dik is als hij misschien lijkt. Het grijze gebied mag en moet iedereen zelf verkennen, in kaart brengen en afbakenen. Mijn advies: begin, luister, lees, ontdek, probeer uit, juich, stoot je teen, herstel, leer, stel bij en ga vrolijk verder.

En dat alles op een manier waar jij je goed bij voelt!

www.lvtpr.com/joost

The battle of the Bit.ly’s

Het beperkte aantal tekens en de onmogelijkheid van (micro)blogdiensten om woorden te hyperlinken, dwingt veel mensen tot gebruik van een URL shortener als bit.ly. Zo zijn lange URL’s snel behapbaar te maken en te gebruiken in updates. Maar een bit.ly kan meer dan alleen afkorten. In deze blogpost wil ik een aantal van deze mogelijkheden op een rijtje zetten en kijken naar het belang (en gevaar) van doorklik-monitoring.


Persoonlijk account & workflowMet een persoonlijk account zijn je bit.ly’s te archiveren en in een overzicht bewaren. Zo kun je ze later gemakkelijk terugvinden. Dit account is te koppelen aan bijvoorbeeld een Tweetdeck, waardoor je van lange URL’s automatisch een bit.ly kan maken en kan opslaan in je account. Ook kun je gebruikmaken van de bit.ly toolbar of een plugin voor je browser, waarmee je van elke willekeurige website (of stukje content) direct een bit.ly kunt aanmaken. Je kunt deze bit.ly’s bovendien customizen (een eigen, unieke naam geven), bijvoorbeeld van bit.ly/de3j83 naar bit.ly/eigennaam. Dit kan echter alleen als deze URL nog niet eerder in bit.ly gebruikt is.

StatsNaast bovenstaande mogelijkheden, bieden diensten als bit.ly interessante statistieken. Zo wordt van elke korte URL bijgehouden hoe vaak er op de betreffende bit.ly is geklikt naar de betreffende website. Aan de hand van deze cijfers kun je perfect zien welke hyperlinks daadwerkelijk een call-to-action hebben gebracht en dus welke verwijzing blijkbaar aan de behoefte van de lezer heeft voldaan.

Een aantal voorbeelden uit mijn eigen analyse: verwijzingen in tweets naar artikelen over sociale media werden een tijdje geleden massaal doorgeklikt, maar dit neemt de laatste tijd duidelijk af. Scoops, nieuws en first views doen het (uiteraard) nog steeds goed, maar de echte uitschieters bevatten duidelijk allemaal een fun factor. Theo Janssen die van een bus valt bij de huldiging van FC Twente, een geweldig doelpunt van FC Barcelona en een knipoog naar een plaatje van een Wilders-aanhanger vormen mijn all-time records.

Wanneer je doorklikt naar de info page van een bit.ly, zie je nog meer statistieken. Dit doe je door achter een bit.ly een + te zetten in de adresbalk van de browser. Niet alleen het aantal, maar bijvoorbeeld ook het tijdstip en de locatie van de doorclicks. Daarnaast kun je op de informatiepagina het totale gebruik van de hyperlink monitoren. Dus als iemand anders jouw bit.ly gebruikt zonder bronvermelding, kun je die bit.ly hier nog blijven volgen. Wanneer je bovenaan de informatiepagina op Analyze klikt, zie je bovendien de resultaten van al je bit.ly’s bij elkaar opgeteld. Erg handig voor de verantwoording van online activiteiten.

InsightsWat kun je vervolgens met al deze informatie doen? Met bovenstaande inzichten kun je je communicatie- en contentstrategie aanpassen. Je kunt precies zien waar mensen wel en niet naar op zoek zijn en op welk moment van de dag/week mensen doorklikken. Verder biedt de informatie inzicht in wat wel en niet werkt qua ‘verpakking’ van de boodschap.

ValkuilenEr zijn echter ook valkuilen in het gebruik van bit.ly’s. Ik gaf hierboven al aan dat je ook de bit.ly’s van anderen kunt bekijken en/dus ook van je concurrent. En vice versa. Het artikel ‘De Twitter-statistieken van je concurrent liggen op straat’, geschreven door Remco Bron, geeft hier enkele duidelijke voorbeelden van.

Trial & errorHet uitvoeren en optimaliseren van een (social) mediastrategie is in vele opzichten een kwestie van trial & error – het analyseren van bit.ly’s helpt hierbij. Hierboven heb ik alleen aandacht besteed aan de gratis versie van bit.ly. Betaalde accounts bieden meer mogelijkheden. Met een gratis account kom je echter al een heel eind.

Joost Geurtsen

Boekrecensie “De Laatste Manager” van Ben Kuiken

Ben Kuiken heeft met ‘De Laatste Manager, een pleidooi voor vrijheid, gelijkheid en ondernemerschap’ een zeer onderhoudend boek geschreven. Het is zelfs door Management Team benoemd tot een van de vijf beste managementboeken van 2010. Terecht? Het is een vlot geschreven boek, en daar houden drukke managers wel van. Maar maakt het de beloften van de achterflap wel waar? Lezen we ‘hoe steeds meer organisaties vertrouwen op ondernemende, zelfsturende professionals’? Niet helemaal, want tijdens het lezen bekroop me al snel het gevoel dat de wens de vader van de gedachte is. Dat is mede ingegeven door de terminologie die Kuiken gebruikt om managers te typeren. In zijn optiek zijn ‘managers’ graaiende grootverdieners die bonussen opstrijken terwijl elders in de organisatie ontslagen vallen. Ze zijn de oorzaak van alles wat niet deugt aan organisaties. Kuiken lijkt meer te zoeken naar bewijs dat organisaties zonder managers kunnen, dan te zoeken naar voorbeelden van bedrijven die aantoonbaar effectiever werken zonder managers.
De voorbeelden die Kuiken aanhaalt – en die vormen een belangrijke kurk waar het betoog op drijft – zijn niet allemaal even sterk. Dat roept bij mij de vraag op waarom voorbeeldorganisaties nog steeds met een lampje gezocht moeten worden.

Wel een duidelijk succes is de formule van Buurtzorg Nederland. Deze organisatie lijkt wel een losse, decentrale én effectieve structuur gevonden te hebben. Een die helemaal van deze tijd is; die lijkt op een netwerk van zelfstandigen die een aantal backoffice-achtige elementen delen. Finext heeft zelfsturing en transparantie tot een kunst verheven. Nedap is een organisatie die verantwoordelijkheden laag in de organisatie leggen zelfs weet te combineren met een beursnotering, met alle bijbehorende aandeelhouderdruk. En het leger legt de beslissingbevoegdheid bij de teams in het veld. Met dien verstande dat er uiteindelijk natuurlijk wel ergens verantwoording moet worden afgelegd voor alle handelingen.
De voorbeelden van Microsoft, Interpolis en Semco zijn echter niet overtuigend. Bij het verhaal van Theo Rinsema bekruipt me toch iets teveel het gevoel dat Microsoft wil laten zien dat het bedrijf ‘eats its own dogfood’. Een bedrijf dat software verkoopt voor plaatsonafhankelijke samenwerking moet wel een dergelijke vorm van samenwerken laten zien. Is Microsoft een schoolvoorbeeld, en het verhaal van Rinsema daarmee een illustratie van een bedrijf dat de manager de deur uitdoet? Nee, het bedrijf staat bol van de Presidents en Vice Presidents. Misschien hebben die dan niet allemaal meer een eigen kamer… Interpolis dan. Zo’n twaalf jaar geleden schreef ik er in opdracht van een klant een mooi verhaal over: flexibele werkplekken, mensen die hun vaste plekje in de kantoortuin moesten opgeven, sturing op afstand… Het nieuwe werken (maar toen heette het nog anders); net als Microsoft en zoveel bedrijven dat doen. Blijkbaar is er sindsdien geen vooruitgang meer geboekt. Semco blijkt bij Kuiken’s bezoek nergens te lijken op het bedrijf zoals oprichter Semler dat schetste in zijn boeken. Ook een ‘PR-verhaal’ dus? Misschien wel een beetje; Semco blijft zichzelf uitvinden en is er duidelijk nog niet uit wat de optimale organisatievorm is.

Het succes van de managerloze aanpak laat zich moeilijk bewijzen. De claim dat vrijwel alle organisaties uit het boek ‘minstens twintig tot dertig procent productiever en creatiever zijn dan hun traditioneel opererende soortgenoten’, wordt bijvoorbeeld ook niet onderbouwd. Blijkt uit dit boek dat alle bedrijven zonder managers kunnen? Nee, maar de beste voorbeelden tonen wel aan dat volwassen professionals zichzelf in teamverband prima kunnen sturen. Dat het anders kán, onder bepaalde omstandigheden. En dat is wel een inspirerende boodschap. Als dat de opzet was, dan is Kuiken hierin geslaagd.

Ik beloofde Ben een recensie te schrijven vanuit de optiek van de communicatiemanager. Zijn reactie was “haha, de laatste communicatiemanager”. Maar wat kunnen we leren van dit boek? Het idee dat het meest blijft hangen is dat creativiteit het beste tot bloei zou komen zonder teveel sturing van bovenaf. In zelfsturende teams dus.

Een ander idee dat blijft hangen is dat bestuurders, en dan met name het hogere echelon, hun communicatieprofessionals serieus moeten nemen. Te vaak is nog het bewijs te zien dat dit niet altijd gebeurt. Interviews die fout gaan, informatie die wordt gelekt, ‘onbereikbare’ woordvoerders.

Ten derde: met name de opkomst van sociale media en online netwerken hebben het communicatiespeelveld blijvend veranderd. Bij die verandering past een minder starre, gesloten houding. Door een open houding kan een onderneming al in een productontwikkelstadium waanzinnig veel leren van diegenen die straks de afnemersgroep vormen. Het netwerk kan en moet bijdragen aan een vlot verkoopproces. Klachten moeten de input vormen voor betere bedrijfsprocessen. Bij die open houding past minder management, althans management van de oude soort.

Het nieuwe communicatiemanagement zit in het hart van het bedrijfsproces; niet als gatekeeper of procesbewaker, maar als stimulator en procesversneller. Het zorgt er mede voor dat klanten sneller worden bediend, klachten vlotter afgehandeld en dat processen soepeler lopen. En medewerkers, die moeten op alle niveaus zélf de dialoog aan (kunnen) gaan met hun doelgroepen; in vrijheid, gelijkheid en met ondernemerschap. Daar kunnen ze vooralsnog best een beetje hulp bij gebruiken. Misschien wel van hun manager.

Cas
 
lvtpr-IBTimes-India © 2010 | Designed by Chica Blogger | Back to top