What’s in a name?

Advertenties en marketinguitingen over mode, verzorgingsproducten en sieraden waren tot in de jaren zeventig vooral gericht op vrouwen. Merken hebben echter ook de man ontdekt als consument die hard werkt aan zijn uiterlijk en daar ook geld aan besteedt. Nu ben ik een man, en ook nog een die best houdt van mooie kleding en accessoires. Daarnaast bezoek ik regelmatig de sportschool. En ja, ook ik gebruik een dagcrème. Durf ik best voor uit te komen. Tot zover pas ik in een dankbare doelgroep voor uiteenlopende marketinguitingen op dit vlak.

Waar ik me echter aan stoor is hokjesdenken en het feit dat (vaak zelfbenoemde) trendwatchers een etiket willen plakken op ‘de man’. Zo las ik vandaag over het nieuwe type voor 2011 – daar komt ie – de heteropolitan. Dit type is mannelijk, maar verzorgt zichzelf goed. Hij kan koken, houdt van voetbal (nuance: niet overdreven fanatiek) en heeft de juiste balans gevonden tussen werk, uitgaan, persoonlijke verzorging en het familieleven.

De heteropolitan is de opvolger van de übersexual, een mannelijke en zelfverzekerde man, die zich niet richt op zichzelf maar op de buitenwereld. Hij heeft interesse in politiek en business en houdt van kwaliteitsproducten. Dit type volgde weer op de welbekende metrosexueel: een man die in contact is met zijn vrouwelijke kanten en emotioneel durft te zijn. De metrosexueel was een reactie op de sterke vrouwen in het zogenaamde ‘Sex and the City’-tijdperk. En zou zelfs make-up dragen…

Welk type man ook ‘in’ is, toevallig houden ze allemaal van consumeren. Koren op de molen voor adverteerders en marketeers. Net als vrouwen zijn mannen echter ook niet in hokjes te plaatsen. Laat staan dat de man elk jaar verandert. Hooguit heeft hij nieuwe behoeften en brengen ontwikkelingen, bijvoorbeeld op het gebied van technologie, nieuwe mogelijkheden met zich mee. Wat dat betreft zijn er voldoende kansen voor marketeers om in te spelen op de tijdsgeest. De ultieme vorm van reclame, want niet het product, maar de behoeften zijn nieuw. En het invullen van die behoeften kan kansen creëren voor een merk. Maar laten we niet ieder jaar proberen de man opnieuw te definiëren. Tenzij er binnenkort het type ‘zelfofiel’ de kop opsteekt, oftewel de man die zichzelf is.

Toon

Meeschrijven

Zelf ben ik een meeschrijver. Iemand die aantekeningen maakt tijdens een interview. Het voordeel daarvan is dat je meteen de essentie van het gesprek te pakken hebt. Een aantal jaar geleden bracht ik bij het interviewen van ‘belangrijke’ mensen wel eens een minidisc mee en nam het hele gesprek op. Handig, dan kon ik mensen letterlijk citeren. En als er dan bij het nalezen discussie ontstond, had ik altijd het bewijs. Laatst schoof ik aan bij een rondetafeldiscussie van een man of tien. Typisch een opnamemoment, omdat in zo’n setting niemand op dicteersnelheid spreekt.

Het uitwerken van die audiogesprekken behoort echter tot de meest saaie klusjes uit het tekstschrijverbestaan. Tegenwoordig zijn daar twee oplossingen voor. De eerste is outsourcen. Uitbesteden aan een Indiaas audio transcription service-bureau bijvoorbeeld. Type in Google ‘audio transcription service’ in en er zijn meer dan twee miljoen hits. Audiobestandje uploaden en ontvang de tekst per e-mail in een Word-bestand. Je kunt betalen per uur (20 dollar), per woord (vijf dollarcent), per regel van 65 tekens (16 dollarcent) of per audiominuut (2,50 dollar).

De tweede is software het werk laten doen. Er zijn verschillende pakketten op de markt, zoals http://www.nextup.com/ en http://www.g2speech.nl/, die beweren dit te kunnen.

Opvallend genoeg heb ik geen van beide ooit geprobeerd. En ik ken ook niemand die van deze diensten gebruik maakt. Want kan een Indiase mevrouw of meneer werkelijk alle nuances in een zakelijk gesprek vastleggen? En is de kwaliteit van software al zo ver gevorderd, dat een gesprek automatisch in een Word-bestand wordt omgezet? Totdat een collega-tekstschrijver deze vragen positief beantwoordt, blijf ik maar gewoon meeschrijven.

Ben

Likeconomy +1: De noodzaak van het digitale schouderklopje

Denk even na over het volgende feit: wij krijgen in een week tijd meer informatie op ons af dan iemand in de middeleeuwen gedurende zijn hele leven. Een alsmaar groeiende stroom aan content voorziet ons inmiddels ruimschoots in onze dagelijkse behoefte naar informatie (infobesitas). Het is slechts een kwestie van tijd voordat we te maken krijgen met een informatieoverload en we de grenzen van wat we kunnen opnemen overschrijden. Zeker gezien het groeipotentieel van bijvoorbeeld de sociale netwerken. Het aanbieden van relevante content wordt belangrijker dan ooit. Gelukkig verschijnen er steeds meer tools die voor ons de krenten uit de pap gaan halen. Dit principe van ‘social proof’, wat ervan uitgaat dat de massa meer kennis bezit dan het individu, zal de komende jaren een steeds grotere rol gaan spelen.

Contentwaardering is echter niet alleen een must voor deze vormen van datamining. Ook voor producenten van content en individuele gebruikers (delers) is feedback van groot belang. Alleen op die manier krijgen ze inzicht in de behoeftes van hun volgers of vrienden en kunnen ze hun persoonlijke content strategie optimaliseren.

En Twitter?
Een sluitend mechanisme voor contentwaardering is in mijn ogen een groot gemis aan Twitter. Op Twitter kun je content enkel waarderen door een bericht opnieuw te delen met jouw volgers, door te reageren of misschien door op een link te klikken. In dat laatste geval is moet de afzender bovendien wel de doorkliks goed monitoren. Ik mis hierin eigenlijk dus een soort tussenvorm. Er is teveel boeiende content om alles met iedereen te delen. Bovendien heb ik niet altijd een inhoudelijke reactie en bevatten veel Tweets geen link. Daarom zou een digitaal schouderklopje in de vorm van een ‘Like!’ (Twike?) ook op Twitter niet misstaan.

Like the Like!
Aan al het bovenstaande is echter een belangrijke ‘maar’. Een contentwaarderingsmechanisme functioneert (alleen) als gebruikers hier aan meewerken. En hoewel de ‘Like’-button inmiddels een bekend begrip is, blijft het gebruik hiervan in mijn beleving in ons land nog enigszins achter. Zeker bij beginnende netwerkers. Hetzelfde geldt ook voor de +1 van Google; het is afhankelijk van onze participatie en dat kan een heikel punt zijn. Terwijl het, zoals ik hierboven betoog, zowel functioneel is als leuke en nuttige feedback oplevert voor degene die content deelt.

Met andere woorden: ‘Let’s Like the Likes!’

Joost

(Dit bericht verscheen eerder op Marketingfacts.nl)

Duoblog: rennen met relaties


Er hangt een klant aan de lijn met een ongebruikelijke vraag. Deze keer gaat het niet over een persbericht, mediatraining of pr-advies. De desbetreffende klant vraagt namelijk of we met hem mee willen doen aan een hardloopwedstrijd. Ja, echt waar.

Wat wil het geval: Eyefreight – de klant waar het in dit geval om draait – heeft zich ingeschreven voor de businessrun van Hilversum. Vijf kilometer rennen dus. Als fanatiek hardloper is Michel direct enthousiast. Ook Naomi trekt de laatste tijd steeds vaker haar hardloopschoenen aan en doet dus graag mee. Zo hebben we plots twee LVTPR-afgevaardigden op de vijf kilometer.

Shirts
Eyefreight vroeg ons de shirts te ontwerpen en te laten drukken. Zo geschiedde. We schakelden onze vaste vormgever in en lieten een stel prachtige t-shirts bedrukken. Logo op de borst, slogan en diensten op de rug. Op naar Hilversum.

Gespannen gezichtjes als we ons in een wit Eyefreight-shirt bij het team aansluiten. Nog even snel met zijn twaalven op de teamfoto en dan naar de start. Bijna vijfhonderd businesslopers – mannen en vrouwen – kijken zenuwachtig om zich heen. We hebben er zin in!

Michel:
“Ik loop zelf wel vaker hard. Toch verbaast het me. Na een kilometer wedstrijd loop ik namelijk helemaal voorop. Slechts één jongen met een geel shirt kan me volgen. De enigen die ik in de gaten moet houden, zijn twee fietsers. Ze zorgen ervoor dat er geen mensen plots oversteken en wijzen me de weg. Het gaat best lekker en ik loop zelfs uit op de gele man. Ik lach als ik als winnaar over de finish kom. Eerste!”

Naomi:
“Als beginnend hardloper had ik mijn verwachtingen laag ingezet: als enige vrouw zou ik zeker weten als laatste van ons team eindigen. Mijn bescheidenheid was geheel onterecht. Na vijftig meter verlieten alle mannen mij en loop ik ‘alleen’ verder. Al snel kom ik een dame tegen die qua tempo, lengte en persoonlijkheid bij me past. Ik passeer een van mijn teamgenoten bij het twee kilometerpunt. De laatste tweehonderd meter zet ik nog even hard aan en eindig als een na laatste van ons team, vier minuten sneller dan verwacht!”

Teamprestatie
Iedereen is gefinisht. Het maximale eruit gehaald. Al snel horen we dat we als team op het podium zijn geëindigd. Mede dankzij ons. Geweldig! Een nieuwe vorm van klantenbinding? We weten het niet. Het is in ieder geval een echte teamprestatie van klant en LVTPR. Bedankt Eyefreight!

Michel & Naomi

Beurzen en borrelhapjes: meelwormen?!

Donderdag 7 april 2011 was ik op de Sanoma Media Parade in Hoofddorp. Tijdens de pauze werden vette borrelhapjes aangeboden. Ik twijfelde, maar bezweek toen ze voor de derde keer langs kwamen. Ik had mijn ontbijt namelijk weer eens overgeslagen - snoozen wint het nog steeds van opstaan – en ik lustte onderhand wel iets.


Heerlijk, zo’n kipnugget. Ik nam een hap: smaakte prima. De dame vroeg of ik niet wilde weten wat ik at? Oeps, betrapt. Een beetje schranzen terwijl ik zo mijn best doe om gezond te eten. Met blozende wangen geef ik aan van niet.

In alle rust en bescheidenheid antwoordt de dame dat het ‘bugnuggets’ zijn. Een hapje dat voor 40 procent uit meelwormen bestaat. Dit in het kader van alternatieve voeding. Na het woord meelwormen stopte ik eigenlijk al met luisteren.
Het zorgde voor veel geroezemoes in de Sanoma-hal: “Meelwormen? Nee echt? Mijn hemel!”. Gelukkig was ik niet de enige die verbaasd reageerde. Mijn smaakpapillen vonden het best lekker. Ik ben compleet in de war. Hoe erg zijn we als mensheid gefaald als we al onze natuurlijke bronnen hebben opgemaakt? Heeft meer biologisch en bewust eten geen zin?

Zeker wel, nu hebben we nog een keus in wat we in onze mond stoppen en wat we samen verbruiken. Het blad Kijk verzorgde deze verrassende hapjes. In het maandblad, dat op alle tafeltjes was verspreid, staan gedegen artikelen en intrigerende reportages. In de uitgave van deze maand pakt het blad uit met een groot achtergrondartikel over het voedselprobleem: 'Hoe voeden we in 2040 negen miljard monden'. Hierin onder meer een passage over het alternatief: insecten.

Mijn complimenten voor de marketeers van het blad en deze bizarre en sensationele beleving. Via dit middel heeft het blad ‘Kijk’ mij erop gewezen dat er langzaam een grondstoffentekort ontstaat. Daarvan ben ik diep onder de indruk geraakt. Het zorgde ervoor dat ik me in het tijdschrift heb verdiept en ik hun kernwaarden scherp op het vizier heb staan. Daar draait het toch uiteindelijk om in communicatie: via beleving en emotie je boodschap overbrengen.

De bugnuggets zijn een succes. Wedden dat als je ze als duurzaam hapje op je event serveert met de introductie: “I don't want to bug you, but…” veel gesprekken voert?

Annemieke

Automotive PR Benelux

Vandaag zijn we officieel van start gegaan met Automotive PR Benelux. LVTPR is opgenomen in het wereldwijde netwerk van Automotive PR (APR). APR ondersteunt klanten in de automotive sector met pr- en communicatieactiviteiten. Dat doen we samen met de collega’s van APR Duitsland, APR Frankrijk, APR Italië en APR Spanje. APR heeft verder kantoren in de Verenigde Staten en China, en partners in Brazilië en Mexico. Ook in Rusland en India is ervaring opgedaan met projecten.

LVTPR heeft pr-campagnes opgezet en begeleid voor klanten als Autodistribution (Benelux-distributeur van aftermarket auto-onderdelen en een retailketen van onderhouds- en reparatiebedrijven), tachograafleverancier Stoneridge, schokbrekerfabrikant Bilstein en de Nederlandse leasemaatschappij Strix Lease Service. Daarnaast heeft het bureau ervaring in copywriting en projectmanagement voor brancheverenigingen en grote automerken en -leveranciers, waaronder de nummer 2 in de markt. Een ideale basis om op door te bouwen!

Hoe internet je brein verandert – en de rol van Rich Media Releases

Het interview met Nicholas Carr gelezen? Mooi, dan gaan we verder. Volgens Carr verandert het internet de structuur van onze hersenen. We hebben tegenwoordig online toegang tot een enorme schat aan informatie. Een groot pluspunt. Maar volgens Carr is er ook een keerzijde. Zo lijkt het erop dat we oppervlakkiger gaan denken, juist door de grote hoeveelheid informatie.

Online teksten worden steeds rijkelijker voorzien van hyperlinks. Uit onderzoek blijkt echter dat we informatie in traditionele en meer lineaire teksten veel beter opnemen en onthouden dan teksten met hyperlinks. Hoe meer links, hoe verwarder de lezer. Dat schijnt te komen doordat je elke keer de afweging maakt of je wel of niet op een link moet klikken. Het is ook aangetoond dat teksten of presentaties die zijn opgeleukt met video’s niet per definitie de boodschap beter overbrengen.

Hoe dit komt? Daarvoor moeten we in de werking van onze hersenen duiken. Het schijnt iets te maken te hebben met ons vermogen om informatie via het werkende geheugen over te brengen naar het langetermijngeheugen. Feiten die naar ons langetermijngeheugen worden getransporteerd, kunnen zich ontwikkelen tot complexe ideeën en gedachten. Het transport vormt echter de bottleneck: het langetermijngeheugen heeft een onbeperkte capaciteit, maar het werkende geheugen kan informatie slechts heel kort opslaan. Ben je afgeleid? Dan kan het goed zijn dat dit geheugen wordt gewist. Het larderen van een tekst met hyperlinks, leuke filmpjes en afbeeldingen leidt de lezer af van de daadwerkelijke tekst.

Natuurlijk is het leuk om nieuwe communicatiemogelijkheden te benutten. Maar de basisregel in communicatie: ‘wie zegt wat tegen wie in welke situatie, met welk middel en met welk gewenst effect’ geldt altijd. Dus wat is de boodschap? Wat is het doel? Wie wil je precies bereiken? En dan als laatste; welk middel past daar dan het beste bij? Dat zou een Rich Media Release kunnen zijn. Of niet…

Marije

Hoe internet je brein verandert – introductie

De Rich (of Social) Media Release bestaat al een tijd en wordt langzaamaan steeds populairder bij bedrijven. Iedereen wil een flashy document met allerlei linkjes, streams en video- en beeldmateriaal. Het ziet er niet alleen gaaf uit, maar je biedt de journalist een extra service. Bijvoorbeeld door allerlei beeldmateriaal en achtergrondinformatie mee te sturen. Daarnaast laat je als bedrijf zien dat je innovatief communiceert. Maar de vraag rijst: is een Rich Media Release in alle gevallen de beste manier om je (media)doelgroep te informeren?

Via verschillende kanalen (jawel, ook online) discussieert men hoe internet je brein verandert. Ook buitelen - vaak zelfbenoemde - goeroes over elkaar heen om te verkondigen hoe social media de sociale vaardigheden van gebruikers beïnvloedt. Ik vraag me dan ook af: is een Rich Media Release wel effectief voor het overbrengen van een (complexere) boodschap? Dit interview met Nicholas Carr, schrijver van het boek ‘Het ondiepe, wat internet met onze hersenen doet’, uit de Volkskrant zet me nog meer aan het denken. Ik stel voor dat ook jij het eerst leest. Dan praten we morgen verder…

Marije

LVTPR-covergirl

Vandaag is het coverartikel van het blad Intermediair gepubliceerd. Hierin ben ik geïnterviewd over jonge moeders en hun carrière. Als pr-consultant ben je altijd klanten aan het adviseren hoe ze het beste een interview voor kunnen bereiden en geven. Hoe ze zich moeten kleden op een foto. Hun gedrag. En ga zo maar door. Deze keer was ik zelf aan de beurt. Het eindresultaat mag er wezen. Blijkbaar is het advies dat ik mijzelf heb gegeven en van collega’s heb gehad goed geweest. Ik sta namelijk niet alleen op de cover van de Intermediair, het interviewresultaat mag er ook zijn.


Voorafgaand aan het interview heb ik me eerst afgevraagd wat ik precies wilde vertellen. Intermediair-journaliste Nicole Carlier – zij zou het artikel maken - gaf aan wat ze precies van mij wilde weten. Dat scheelt. Nadat ik mijn verhaallijn had bepaald, plande ik een tijd in met de journaliste. Belangrijk was dat ik rustig het gesprek kon voeren, zonder afleiding uit de omgeving. Dat is altijd prettig, omdat je dan goed naar jezelf luistert. In mijn geval: niet verzanden in teveel geratel. Verder heb ik er rekening mee gehouden dat het interview kon uitlopen. Dat gebeurde uiteraard ook. In plaats van een half uur praatten we zomaar drie kwartier.

Foto maken
Ook voor een goede foto is de voorbereiding essentieel. Wat wil de fotograaf neerzetten? Wat moet je aan? En wie komen er op de gevoelige plaat? Vooraf heb ik contact gehad met de professionele fotograaf Duco de Vries, die me de opdracht uitlegde. Zijn doel? Een vrouw neerzetten die in controle is. De kinderen horen er gewoon bij en komen niet met hun gezicht op de foto. Het draaide dus echt om mij. Dit gaf behoorlijk wat druk, want wat moest ik aan? De dag voor de fotoshoot, die overigens gewoon bij mij thuis plaatsvond, heb ik kleding uitgezocht.

Kinderen
De volgende dag: ik kwam thuis vanuit mijn werk en zag een ware fotostudio in de woonkamer (!). Geen stress meer over mijn outfit. Duco was erg vriendelijk en legde de opdracht nog een keer uit – uiteraard nadat hij zijn buikje had gevuld met de heerlijke pannenkoeken van vriendlief. Mijn outfit werd meteen goedgekeurd. En toen dus echt de foto. Eerst vooral wat onwennig, maar eenmaal gewend aan de positie en aanwijzingen ging het steeds beter. Overigens is het fotograferen met kinderen een echte uitdaging! Probeer een tweejarige maar eens uit te leggen dat ze niet in de camera mag kijken. Gelukkig hielpen haar grote zus en papa heel goed mee.

Hulde aan werkende ouders
De hele ervaring was zowel enerverend als trotsmakend. Het resultaat is nog beter geworden dan ik had verwacht. En om inhoudelijk op het onderwerp in te gaan: ik denk dat het niet uitmaakt wanneer je samen voor kinderen kiest. Zolang je maar gelukkig bent en achter de keuzes staat die je maakt in het leven. Als je écht carrière wilt maken en jong ouder wilt worden, kan dat. Hulde voor alle werkende ouders!

Naomi

Eerder verschenen...

...op Monsterboardblog: Social media: werk en privé gescheiden?

Regelmatig geef ik workshops over social media. Steevast krijg ik dan de vraag in hoeverre je werk en privé moet scheiden bij het twitteren of het aanpassen van je Facebook- of LinkedIn-status. Mijn eerste antwoord is altijd dat niets moet. Je bepaalt zelf hoe je omgaat met social media. Hoe meer ontspannen, hoe leuker het wordt. Lees verder...

De andere kant

Pr-professionals zijn niet gewend om in de belangstelling van de pers te staan. Liever zorgen we er van achter de coulissen voor dat onze klanten in de media komen. Vandaag moesten we er echter zelf aan geloven. Erg vonden we dat niet, want het betreft een heugelijk feit: de officiële ondertekening van onze raamovereenkomst met de betrokken gemeenten voor de promotie van Utrechtse Heuvelrug. Ons doel de komende twee jaar: het verder versterken van de naamsbekendheid van de Utrechtse Heuvelrug als recreatieregio in Nederland.



Hoe we dit gaan doen? Met blended communicatie. De strategie die we in onze inschrijving op de aanbesteding presenteerden omvat een geïntegreerde aanpak waarin we alle communicatiemiddelen kunnen inzetten die tot onze beschikking staan. Dit doen we in nauwe samenwerking met de VVV’s in de regio. Ook betrekken we de gebiedspartijen en het bedrijfsleven in onze activiteiten om een zo groot mogelijk draagvlak te creëren. We voeren frequent overleg met betrokkenen en creëren middelen die variëren van beursdeelname, evenementorganisatie tot intensieve persbewerking, inzet van social media en het uitgeven van een krant. Centraal in de strategie staat de website, die we uitbreiden met allerlei nieuwe functies. En dat alles doen we in-house. Daar zijn we stiekem best trots op.

Team Utrechtse Heuvelrug

Annemiek, Cas, Hanneke, Marije en Els
 
lvtpr-IBTimes-India © 2010 | Designed by Chica Blogger | Back to top