Collega Hanneke is getrouwd!

LVTPR feliciteert collega Hanneke Faber (en Tom) met hun kersverse huwelijk. Het was afgelopen zaterdag een bijzonder gezellig feestje met echte Schotse dans (de Kayleigh). Alle gasten mochten meedoen!

Een (zeer korte) impressie van de muziek en de dans is te zien via het filmpje hieronder.

“Matthijs, dit kan toch niet!”: vijf webergernissen (in de stijl) van Jan Mulder

“Jan, goede vriend, je hebt je weer lekker geërgerd deze maand. We zijn reuze benieuwd wat deze keer het bloed onder je nagels vandaan heeft gehaald.”

"Mat-thijs. Het was zwaar, ongeloooflijk. Maar het is gelukt. Mijn top vijf bestaat voor een keer uit websites. Ja, je weet wel, die op het digitale elektronische internet. Een machtige uitvinding. Maar ik zie daar af en toe dingen, dat is niet mals Matthijs. We beginnen direct met nummerrr vijf!”

5. Lettertype Comic Sans
“Websites die dit lettertype serieus voeren, ze bestaan nog. Mijn kleinkinderen, die mogen het gebruiken in hun werkstuk. Maar wil je een serieus bedrijf zijn met een al even serieuze website,kies dan voor iets anders dan Comic Sans. Dank u wel... Nummerrr vier!”

4. Een welkom
“Ik kwam het laatst nog tegen. Je opent een voor jou onbekende website. En daar staat het: ‘welkom op deze site’. Het doet direct pijn aan je ogen. Ik weet zelf heel goed dat ik op een website ben. Een welkom hoef ik dan ook niet te hebben. Bied gewoon de informatie die ik zoek en vergeet de aardigheden er omheen. Nummerrrr drie!”

3. Agressieve advertenties
“Je weet Matthijs, ik ben een nieuwsjunk. Ik bezoek dan ook graag websites die mij snel en overzichtelijk laten zien wat er in de wereld gebeurt. Maar soms is daar opeens een aan alle kanten bewegende advertentie die zomaar – klits, klats, klander - over mijn scherm heen danst. Links, rechts en vaak ook nog met een vervelend muziekje erbij. En waar zit in hemelsnaam die sluitknop? Als ik naar beneden scroll, achtervolgt de advertentie me als een bijtgrage hond. Gewoon afschaffen die handel. Nummerrrr twee!”

2. Oud nieuws
“Je wilt als bedrijf meegaan met de tijd, heel begrijpelijk. Een website is dan ook minimaal. Maar vervolgens zie ik nog te vaak staan ‘laatste update mei 2005’. Echt waar. Ik vraag me dan altijd direct af hoe actueel de rest van de informatie eigenlijk is. En terwijl ik me dat afvraag heb ik alweer op dat rode kruisje in de bovenhoek geklikt. Num-mer één!”

1. Niet weg te klikken, eindeloze intro’s
“Heel mooi hoor, een flash-animatie. Daar wil ik met een beetje geluk best een keertje naar kijken. Maar daarna is het toch wel klaar. Een film hoef ik toch ook maar één keer te zien? Een mop wil ik maar een keer horen. Een flash-animatie wil ik op z’n minst kunnen afsluiten. En wil je per se je visuele kunsten tonen? Doe dat dan niet als verplicht intro.”

“Bedankt. Tot mor-gen!”

Michel

Help, de spatie rukt op!

Wie zich aanmeldt voor de cursus naakt schilderen denkt niet meteen dat hij of zij als cursist zelf uit de kleren moet. Maar naakt schilderen is toch echt naakt schilderen. Als je dat niet wilt, moet je je aanmelden bij de cursus naaktschilderen. Daar houd je als cursist zelf de kleren aan en is alleen het model naakt. De spatie maakt hier een belangrijk verschil.

De spatie is populair geworden. Op winkels, posters, in folders en op verpakkingen: je ziet ze staan op plaatsen in een zin waar ze helemaal niet thuishoren. Op de website http://www.spatiegebruik.nl/ staan prachtige voorbeelden. Wat te denken van witte broodsweken in plaats van wittebroodsweken, drink water in plaats van drinkwater of groente soep in plaats van groentesoep. Is het erg dat de spatie oprukt? Erg niet, maar de regel dat we samengestelde woorden aan elkaar schrijven is zo slecht nog niet. Want een krantenkop als ‘Rijbewijs voor zeventien jarigen’ blijft toch verwarrend.

Klaas

De juiste blend: mediacontacten

Het zal een kleine tien jaar geleden zijn dat ik met veel vuur een messaging-strategie stond te presenteren tijdens een pitch. Voorzien van leuke guerrilla-PR-elementen en alles er op en er aan. Althans, dat dacht ik. Na afloop van mijn betoog kwam het vragenrondje. De aanwezigen vonden mijn verhaal duidelijk en inspirerend. Waarop de directeur zijn hand-out liet zakken en de famous last words uitsprak: “Maar hebben jullie ook mediacontacten?”

Een simpele en oh zo ontnuchterende vraag. Je kunt nog zo strategisch bezig zijn en mooie dingen bedenken, maar the proof is altijd in the eating of the pudding. Ik had in mijn betoog zoveel nadruk gelegd op de laatste inzichten van de PR, dat ik mijn destijds tien jaar PR-ervaring in zijn branche met de daarbij behorende mediacontacten, volledig onbenoemd had gelaten. En dat terwijl ik resultaatgerichtheid juist als een van de belangrijkste kwaliteiten van LVTPR vind.

De reden dat ik de laatste tijd weer veel aan deze anekdote moet denken, is dat we ook nu moeten oppassen in onze vooruitstrevendheid om sociale media een onderdeel te laten zijn van PR-strategieën. In al onze ijver om voor iedere klant de juiste blend van activiteiten in en met traditionele en digitale media samen te stellen, mogen we onszelf niet voorbij galopperen. De basis van PR – het stelselmatig bevorderen van wederzijds begrip, dus – via de traditionele media is niet minder belangrijk geworden. Er zijn alleen meer (sociale) media bijgekomen. De in inmiddels twintig jaar opgebouwde mediacontacten zijn zeker nog een belangrijke basis voor iedere strategie.

Charly

Resultaten behaald in het verleden...

Onlangs bezochten wij, Marije en Annemiek, een congres over accountability: I am accountable. Dit werd georganiseerd door de sectie Communicatiewetenschap van de Wageningen University in samenwerking met Logeion, vereniging voor communicatie.

De gangbare opvatting van accountability is de verantwoording die communicatieprofessionals moeten afleggen aan hun baas of opdrachtgever. Meestal in termen van vooraf bepaalde, meetbare resultaten. Vanuit deze opvatting is de term accountability vaak problematisch. Resultaten zijn immers niet altijd op voorhand vast te stellen. En wanneer er sprake is van succes – of het uitblijven daarvan –  is lang niet altijd helder welke rol de afdeling communicatie daarin heeft gespeeld.

Wie:
Het congres stond onder leiding van dagvoorzitter Jan Tromp (journalist Volkskrant en presentator Uitgesproken VARA). De keynote sprekers op het congres waren Paul Schnabel (directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau) en Bert Regeer (hoofd communicatie en marketing van Shell). Daarnaast columns van Jack de Vries, Noëlle Aarts en Cees van Woerkum.

Naast alle algemene presentaties hebben we onderstaande twee workshops gevolgd.

Sessie 1: georganiseerde onverantwoordelijkheid
Door: Noëlle Aarts (WUR/UvA) en Alex Sheerazi (hoofd communicatie Dienst Noord/Zuidlijn Amsterdam)

Wat belooft het?
Accountability in de betekenis van verantwoording afleggen is in veel organisaties geregeld via protocollen waarin veelal meetbare verantwoordelijkheden voor afzonderlijke afdelingen of individuen zijn vastgelegd. Hiermee is succes - of het voorkomen van fouten - echter lang niet altijd gegarandeerd. Er vallen gaten en in veel gevallen blijkt niemand zich verantwoordelijk te voelen voor de oplossing van het probleem als geheel. In deze sessie analyseren we dit verschijnsel en zoeken we naar de betekenis van communicatie bij het voorkomen van problemen en het vinden van oplossingen. De communicatie rondom de Noord/Zuidlijn in Amsterdam, zoals die door Alex Sheerazi en zijn team wordt georganiseerd, dient als illustratie. Sleutelwoorden zijn: luisteren, bruggen bouwen, interactie en openheid.

Wat vonden we hiervan?
Marije: “Als adviseur droom je van zo’n diepe crisis. Want opeens zit je wel bij de directie aan tafel en is communicatie een essentiële schakel om de reputatie van het project bij te schaven en zelfs om te draaien. De Noord/Zuidlijn is een financieel goed gefundeerde communicatiespeeltuin. Een interessante case met een aantal mooie voorbeelden van effectief communiceren.”
Annemiek: “Een prachtige case: een oproep voor communicatiemensen om van hun eiland af te komen en de dialoog aan te gaan met de mensen die de reputatie van je project kunnen maken of breken. Het buzz-woord ‘transparantie’ komt ook in deze presentatie als een soort mantra voorbij. Dit vraagt wel om lef van de directie. In dit specifieke geval was het echter niet zozeer lef, maar wanhoop van de directie die de afdeling communicatie een carte blanche gaf en dat geeft toch een vertekend beeld voor de toepasbaarheid buiten dit project.”

Sessie 2: de PAN-kubus
Door: Wim Elving (UvA) en Cathelijne Janssen (Cateau Communicatie)

Wat belooft het?
Communiceren doen we allemaal. De communicatiefunctie is daarmee een gedeelde verantwoordelijkheid van de hele organisatie. De communicatiestrategie blijft echter de verantwoordelijkheid van de communicatiemanager. Die moet op basis van de gekozen strategie, de kwaliteit van de communicatie van een organisatie als geheel kunnen aantonen. Een voorwaarde daarvoor is dat hij of zij de regie heeft over die communicatiefunctie. De PAN-kubus is een instrument dat de regievoering beziet vanuit drie perspectieven: Processen (P), afdelingen (A) en niveaus (N). In deze sessie laten we de PAN-kubus los op een case uit het publiek en wordt het instrument vanuit communicatiewetenschappelijk perspectief op haar merites bekeken.

Wat vonden we hiervan?
Marije: “Helaas bestond deze sessie uit de uitleg van een model dat standaard onderdeel zou moeten zijn van het proces van iedere communicatieadviseur om tot een bepaald advies te komen. In een goed plan wordt altijd gekeken en rekening gehouden met strategie, tactieken en uitvoering op alle betrokken organisatieniveaus. Zeer tegenvallende presentatie, zowel inhoudelijk als in de uitvoering.”
Annemiek: “Zoals Cathelijne Janssen al in haar introductie meldt, gaat de PAN-kubus uit van een aantal voor de hand liggende uitgangspunten. In de presentatie gaat zij hier echter toch uitgebreid op in, wat aanvoelt als een lesje communicatie A , voor een zaal met ervaren communicatie-experts. Het doel van de PAN-kubus: het in kaart brengen van de processen in een organisatie om daarin de rol en taak van de communicatieafdeling duidelijk te identificeren, komt niet goed uit de verf. Terwijl het inderdaad een interessant gegeven is dat de meerwaarde van communicatie vaak een moeilijk aantoonbare zaak is, juist doordat iedereen in een organisatie communiceert.”

Zinvol?
Marije: “Ja! Een dag met grotendeels zeer interessante (vrijwel PowerPoint-loze!) presentaties en lezingen die een hoop stof tot nadenken geven. Accountability zit niet alleen in deliverables, maar ook in een goed beargumenteerde aanpak. Succes behaald in het verleden, is geen garantie voor de toekomst.”
Annemiek: “Een erg zinvolle dag. De plenaire presentaties waren van een zeer goed niveau en zetten echt aan tot nadenken. De communicatieadviseur kan zich al lang niet meer beperken tot het zenden van boodschappen. Zoals Noelle Aarts het zo mooi verwoorde: de moderne communicatieadviseur is een bruggenbouwer, die verantwoordelijk is voor het aangaan van dialoog en relaties met de stakeholders. En dat impliceert dat de accountability van een communicatieadviseur meer moet gaan over het succesvol in contact staan met de buitenwereld.”

Marije en Annemiek

LinkedIn-tool WhoWorks.At (review)

Wij houden constant onze ogen open voor handige tools, waarmee we onze klanten kunnen helpen om sociale netwerken nóg beter te benutten. Who Works At (Wie Werkt Waar?) is daar een goed voorbeeld van. Who Works At is een nieuwe Chrome-plugin voor LinkedIn-gebruikers, ontsproten aan het brein van John Brittons en de mannen van 48 Hour Apps. Deze ontwikkelaars waren eerder (onder andere) verantwoordelijk voor de Pocket Vore app. Who Works At is officieel nog niet gelanceerd, maar je kunt wel al een bèta-invite aanvragen op de pre-launch-pagina. Voor diegenen die eerst de toegevoegde waarde willen weten, hebben wij de tool onderworpen aan een korte review.

Eigenlijk heeft de tool niet veel om handen, maar deze is daarom juist wel zo effectief. Samengevat koppelt de plug-in websitebezoek aan je netwerk op LinkedIn. Wanneer je de plug-in installeert in Chrome, komt er een icoontje naast de URL-balk in je browser te staan. Als je vervolgens een bedrijfswebsite bezoekt en op dit icoontje klikt, opent er een pop-upscherm. Dit scherm geeft de personen binnen jouw netwerk weer, die momenteel bij dit bedrijf werken. Daarbij worden je eerstelijnscontacten als eerste getoond en vervolgens je contacten in de tweede lijn. Dit kan zeer zinvol zijn om te netwerken. De juiste contactpersonen zijn tenslotte – letterlijk – één muisklik van je verwijderd.

Naast de contactpersonen in je netwerk, wordt er meer interessante informatie getoond. Bijvoorbeeld ‘New Hires’, oftewel de mensen die zich recentelijk bij het bedrijf hebben aangesloten. Daarnaast is er een kopje ‘Promotions and Changes’, waar je kunt zien wie er binnen het bedrijf een andere functie heeft gekregen. Dit kan erg handig zijn om de interne bedrijfscultuur in kaart te brengen of te monitoren. Met één druk op de knop ‘Follow’ kun je het bedrijf ook gelijk volgen, een functie die eerder is geïntroduceerd.



Helaas werkt de tool (nog) niet bij alle bedrijven. Bij een aardig aantal websites wordt een bericht weergegeven, waarin de plug-in aangeeft dat het bedrijf niet is te vinden. De reden: LinkedIn heeft de Company Search niet open staan voor de gebruikers van hun API. Ze bieden daarbij gelijk een handvat om jouw onvrede hierover te laten blijken bij LinkedIn. Ook kun je algemene feedback geven over de plug-in. Dit laat zien dat de ontwikkelaars goed naar hun gebruikers willen luisteren. Nu maar hopen dat LinkedIn dat óók doet.


Ontwikkelingen als deze onderstrepen nog maar eens dat het voor bedrijven steeds belangrijker wordt om LinkedIn-profiel(en) te optimaliseren voor o.a. vindbaarheid. Wij geven regelmatig advies en training met betrekking tot LinkedIn. Heeft u interesse hierin of wilt u meer informatie? Laat het ons weten via joostgeurtsen@lvtpr.nl!

Joost

Gobbledygook

Een deel van onze klanten heeft als thuisbasis de Verenigde Staten. In dit land is het geen schande om je organisatie zonder enige bescheidenheid scherp neer te zetten. In de persberichten die een organisatie uitgeeft, zijn ze uiteraard een leading bedrijf, ontwikkelen ze next generation-technologie, die daarnaast ook nog eens innovative en flexible is en bekend staat om zijn scalability en world-class-kwaliteit.

De Amerikaanse pr- en marketingexpert met Nederlandse voorouders David Meerman Scott liet enkele jaren geleden een flink aantal persberichten onderzoeken op taalgebruik. Hij zag de hierboven schuin gedrukte termen – in Amerika schertsend gobbledygook genoemd – in enorme aantallen voorbij komen. Meerman Scott toonde zich faliekant tegen dit soort teksten en hekelde het kopieergedrag van marketeers en pr-managers. We zijn nu al weer een paar jaar verder, maar de termen waaraan Meerman Scott zich stoorde, zijn nog steeds schering en inslag. Dat is jammer, want met de snelle opkomst van social media en directe communicatie via het internet is heldere taal meer dan ooit nodig. Er is lang niet altijd meer een journalist die als filter fungeert en teksten tot de essentie terugbrengt. Dat zal een organisatie steeds meer helemaal zelf moeten doen.

Daarom is het raadzaam om persberichten niet te ontsieren met allerlei kwalificaties die uiteindelijk vaak lege woorden zijn. Dagelijks verschijnen er duizenden berichten van duizenden bedrijven die stuk voor stuk leading zijn. Hoe ze dat voor zich zien, is een raadsel.

Als je iets goed doet, mag je het best verkondigen, maar wel graag helder en to the point.

Klaas

De weeskreet

‘Be good and tell it!’ ‘Kent u die uitdrukking’, zou dominee Gremdaat vragen. Nou, in de PR kennen we die uitdrukking wel. Sterker nog, je wordt ermee doodgegooid. Het principe is zo’n beetje de basis voor alles waar de PR voor moet staan: goed doen, en dat uitdragen. Maar eerst dus goed doen.

Nieuwsgierig geworden naar de bron van deze wijsheid, gooide ik het geheel eens in Google. Aan welke grote denker hebben we dit prachtcitaat te danken? Maar Google biedt geen uitkomst. Een oud artikeltje van de hand van wethouder citymarketing van Den Haag Frits Huffnagel scoort het hoogst. Wereldwijd! Saillant detail is dat Frits de kreet hierin tot de lijfspreuk van vele Amerikanen bombardeert (-Americans often say: “Be good, and tell it!”-). Niettemin is er geen Amerikaanse website in de top-10 van Google te vinden. Sterker nog: op pagina na pagina is in Google geen Engelse of Amerikaanse site te vinden die de kreet gebruikt. Frits is 1, op de voet gevolgd door de website van Ondernemersinitiatief Greenpoort Venlo. Dit dankzij het gebruik van de slogan door – jawel – een communicatieadviseur. Nummer 3 is een vacaturesite met tips rond communicatie die ook deze ‘vuistregel van de communicatie’ roemt. De vierde hit is de titel van een boekje over MVO van… een Nederlandse communicatiemanager. Gevolgd door een onderzoek naar het contact tussen de veehouderij en burgers en een Nederlands IT-bedrijfje dat de kreet tot bedrijfspropositie heeft verheven. De volgende op de lijst zijn een workshop voor GGD’s over praktijkverhalen, een rapport over MVO in de glastuinbouw, nog meer informatie rond het veehouderscommunicatieproject en als hekkensluiter iets onduidelijks rond waterregistratie in de tuinbouw.

Alles de Hollandse kneuterigheid ten top. Geen grote filosoof, schrijver of goeroe te vinden. Wat moeten we als Nederlandse communicatiesector met deze Engelstalige weeskreet? Zoals ik het zie, hebben we twee opties. Eén: we verzinnen de bedenker erbij. Misschien een onbekende Engelse professor. Of beter: een propagandastrateeg die al in de vorige eeuw bij het bureau B. Good & Tellit, Inc. de basis legde voor de moderne PR-praktijk. Of we zoeken een vervanging voor deze kreet; een mooie Nederlandse variant. Iemand ideeën?

Cas

Know what you say, but…

Voorbereiding is het halve werk. Zo is de belangrijkste conclusie uit een perstraining dat je van te voren goed moet weten welk verhaal je wilt vertellen. Ook is het bepalen van invalshoeken om zoveel mogelijk aan te haken bij de interesses van je gesprekspartner of zijn of haar lezers erg belangrijk. Tijdens een interview moet je al op zoveel letten. Hoe verwoord ik mijn antwoord het beste en zorg ik voor de juiste lichaamstaal? Hoe bewaak ik de rode draad? Wat wil ik zelf overhouden aan het interview en hoe kom ik als een expert over? Voldoende redenen om te oefenen.

Tijdens een perstraining citeer ik altijd een van mijn eigen leermeesters. Hij had het er altijd over dat je moet ‘leren kaarten en breien tegelijk’. De grootste en wellicht meest klassieke fout die woordvoerders van bedrijven (van laag tot hoog in de hiërarchie) maken, is dat ze denken: “Ik weet toch alles over mijn bedrijf en dit onderwerp, dus vraagt u maar.” Het is dan op zijn minst jammer dat je vervolgens niet in staat bent om de juiste profilering over het voetlicht te brengen omdat je ter plekke nog moet nadenken over de formulering. Bovendien – en dat is nog vervelender – loop je de kans dat je stokpaardjes geheel niet aan de orde komen omdat je te afwachtend bent geweest en niet zelf het initiatief in de conversatie hebt genomen. Kortom: argumenten genoeg voor een stevige mediatraining en om onder kritische leiding te oefenen hoe je met het juiste gevoel en de juiste inhoud je punt kunt maken. Een no brainer natuurlijk, maar je moet er dus wel even over nadenken!

Deze week brachten onderzoekers van de Erasmus Universiteit in samenwerking met PWC naar buiten dat financieel analisten regelmatig en soms zelfs ongevraagd beursgevoelige informatie krijgen (http://bit.ly/ik0p6Y). Gewoon omdat ze de vragen stellen waar iedereen een antwoord op zou willen hebben. Het lijkt er echter op dat veel financiële woordvoerders het ‘kaarten en breien’ nog niet hebben geoefend en zeker niet tegelijk. Er wordt een beroep gedaan op hun onuitputtelijke kennis. En dat door iemand die verstand heeft van zaken en een oordeel kan vellen. Voorwaar een situatie waar je je ego en de teksten die je deelt goed in de hand moet hebben.

Toch heb ik van de honderden mensen die ik inmiddels heb getraind weinig financieel woordvoerders mogen treffen. En dan te bedenken dat hun commentaren een directe invloed kunnen hebben op de beurskoers. Voor hen geldt meer dan voor wie dan ook:

…don’t say everything you know!

Charly

Oorlog en Vrede…en moderne communicatie

Vandaag herdenken we de Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en morgen vieren we Bevrijdingsdag. Traditiegetrouw betekent dit dat we veel oude beelden van de bevrijding te zien, en krakende radiofragmenten van Radio Oranje te horen krijgen. Best bijzonder ook om te bedenken dat drie van onze grootste (dag)bladen – Parool, Trouw, Vrij Nederland – rond de Tweede Wereldoorlog zijn ontstaan. De media speelden een belangrijke rol voor de verzetsbewegingen, maar minstens zo belangrijk waren ze voor het moreel van de bevolking. Niet iedere Nederlander nam actief deel aan de strijd, maar iedereen was wel slachtoffer van de onderdrukking. Veel mensen luisterden heimelijk naar een verstopte radio en lazen stiekem een verboden krant om te horen hoever de geallieerden waren met hun opmars.

Datzelfde verschijnsel is ook waar te nemen bij de revoluties die nu gaande zijn in het Midden- Oosten. Radio en krant als ‘illegale media’ zijn daarbij vervangen door internet. Social media zijn een belangrijk middel voor de opstandelingen om elkaar te informeren, maar ook om de rest van de onderdrukte bevolking een steun in de rug te geven. Zij kunnen niet vertrouwen op de officiële media van hun regering en maken dankbaar gebruik van Twitter, Facebook en YouTube om op de hoogte blijven van wat er werkelijk gebeurt.
In iedere oorlog, revolutie en vrijheidsstrijd spelen de beschikbare media een zeer belangrijke rol bij het mobiliseren van medestrijders en het hooghouden van het moreel van de bevolking. De technische mogelijkheden verschillen per generatie en per revolutie. Met als belangrijkste ontwikkeling dat de middelen steeds veelzijdiger zijn geworden: van tekst en fotografie naar zwart/wit bewegend beeld zonder geluid tot kleurenfilm met geluid. Maar ook steeds sneller: van post(duif) en telegraaf via telefoon en radio tot televisie tot internet.

En zo blijft ook herinnering aan iedere strijd bewaard met geheel eigen beelden. Iedereen kent de foto’s en eerste stomme films over de Eerste Wereldoorlog en de groots opgezette (propaganda)bioscoopjournaals en radioprogramma’s uit de Tweede Wereldoorlog. De kleurenfilms en ‘embedded’ verslagen van de Vietnamoorlog en Golfoorlog die mogelijk werden door kleinere camera’s. En nu dan de social media waarmee iedere demonstrant en verzetsstrijder zelf, vanaf de frontlinie, beelden met z’n telefoon maakt, die wij dezelfde avond op het journaal zien.

Rest nog één vraag: al die oude kranten en televisiejournaals worden keurig bewaard in officiële archieven. Maar waar vinden we over honderd jaar de Facebook- en Twitter-berichten die verslag deden van de Arabische lente? En wie gaat de YouTube-filmpjes archiveren voor de volgende generatie?

Nienke

Pitchen voor tv

Klanten proactief en op een positieve manier in een nieuwsitem op tv krijgen; het is en blijft een grote uitdaging voor een pr-professional. Een nieuwsprogramma is meer dan elk ander medium gebonden aan de actualiteit. Deze programma’s hebben een beperkte zendtijd en gaan dus selectief om met de onderwerpen die hen worden aangereikt. Daarom benaderen we RTV vaak ruim van tevoren om een item eventueel vast in te plannen. Dat het andersom soms beter werkt - juist op zeer korte termijn media benaderen - bewezen we onlangs bij LVTPR.


Een klant van ons (NedTrain) kreeg toevallig een pr-kans aangereikt toen een jonge monteur in opleiding een interview aan de Volkskrant gaf. Hierin gaf hij aan dat hij wel eens een dagje de directeur van het bedrijf wilde zijn. Dat was eenvoudig te regelen. Aan ons de vraag of we hiervoor niet wat tv-aandacht konden creëren. Een lobby via telefoon en mail bood ons uiteindelijk een kans bij ‘Hart van Nederland’ van SBS6. Het contact was goed. Zo kon het gebeuren dat we op maandag voor het eerst contact hadden en het item op dinsdagavond al is uitgezonden.

Redenen voor succes

Waarom is het normaal gesproken zo lastig? En waarom was dit relatief snel rond? Ik denk dat we deze keer een beetje het geluk aan onze kant hadden. Er waren geen al te grote nieuwsfeiten (zoals rampen). Daarnaast was onze timing precies goed, was het bericht gericht op de juiste doelgroep en zorgde de ‘human interest’-insteek ervoor dat het goed paste bij een programma als Hart van Nederland.

In dit geval werkte kort van tevoren bellen juist goed. Nieuwsprogramma’s bepalen laat van tevoren wat er in het programma komt. Nu zaten we er kort op en was door de redactie al goed in te schatten of er ruimte voor was. Zo kon het gebeuren dat alles binnen 36 uur was afgerond. Het verhaal sloot daarnaast aan bij de kijkers van het programma. Een jonge ROC-leerling die al werkend het vak leert, dat past precies bij de beleving van de Hart van Nederland-kijker.

Veel mensen zouden wel eens directeur willen zijn, maar wie krijgt hiervoor nu echt de kans? De NedTrain-directeur zag er de humor wel van in. Hij zette graag een enthousiaste werknemer in het zonnetje. Dit verhaal staat zo dan ook dicht bij de mens. Buiten het wat ‘zwaardere’ nieuws van Hart van Nederland, biedt het programma ook ruimte voor een luchtiger verhaal als dit.


Hanneke

Ajax: een strijd om transparantie

Onlangs werd ik benaderd door een studentenblad: wat ik vond van de bestuurlijke onrust bij Ajax. Ik gaf mijn bescheiden visie op het verhaal, gebaseerd op een sporthart én pr-expertise. En nu, in het kader van delen met velen: een samenvatting.

Laat ik beginnen met een korte situatieschets. Wellicht ten overvloede, maar het kan maar beter helder zijn. Het gaat de laatste jaren niet best met voetbalclub Ajax. Sinds 2003 geen kampioen meer geworden, de ene na de andere directeur en trainer die opstapt of de wacht wordt aangezegd en mokkende fans. Kortom: veel onrust.


Dit alles culmineerde onlangs in het vertrek van algemeen directeur Rik van den Boog. Het directe gevolg van een aan de macht morrelende Johan Cruijff. Deze Ajax-veteraan kwam met een rigoureus plan voor de jeugdopleiding. Een plan dat onder meer inhield dat veel zittende mensen (vrijwel direct) plaats moesten maken voor mannen als Bergkamp en Jonk. Een nogal geforceerd overkomend moddergooien het gevolg. Met Uri Coronel – de voorzitter – als middelpunt, de media als slinks doorgeefluik en uiteindelijk Rik van den Boog als voornaamste ‘slachtoffer’. Daar kon een in de haast ingeschakeld pr-bureau niets meer aan veranderen.

Het publiek

Het publiek kiest grotendeels de kant van Cruijff. Dit heeft mijns inziens vooral te maken met het gebrek aan transparantie bij het bestuur. Het gros van de supporters heeft nooit een band gehad met Van den Boog, noch met zijn voorgangers. Het management is te gericht op de financiële huishouding van het beursgenoteerde bedrijf Ajax. Eigenlijk is het een typisch voorbeeld van een top die door een focus op rendement en andere financiële aspecten de aansluiting met de werkvloer kwijt is geraakt. Maar Ajax is in veel opzichten anders dan elk ander beursgenoteerd bedrijf. Naast de aandeelhouders, moet het bedrijf zich elke week weer verantwoorden voor een andere belangrijke groep stakeholders: de supporters.

De supporters eisen inspraak en verantwoording voor de slechte resultaten. Ze eisen de ultieme transparantie. Dat wil zeggen het proactief delen van je beleid, visie en aanpak voor het hele bedrijf. Met een eensgezind verhaal van CEO (voorzitter) en COO (trainer) over alle aspecten van de business, voordat anderen die stoelpoten onder je vandaan zagen. Als daarmee alle mee- en tegenvallers met het publiek worden gedeeld, maak je hen deelgenoot van het al dan niet slagen van ‘hun’ club. Je creëert sympathie voor het management en schept daarmee al snel een sfeer waarin iedereen een kans verdient.

Intern duel

Een tweede punt van aandacht bij Ajax verdient de interne communicatieafstemming. Transparantie is goed, maar denk na over wat je communiceert. En zorg ervoor dat dit consequent is. Nu lekten er aan alle kanten diverse (on)waarheden, al dan niet aangedikt met bijkomende belangen.

Het feit dat Rik van den Boog een pr-bureau inschakelde om de schade voor zijn persoon (en carrière) te beperken, vind ik uiteraard prima. Het uitlekken hiervan is vervolgens een welkome bron voor speculaties en wederom kritiek. Daarnaast leek het eerder op een eenmansactie die door niemand intern werd gedragen en was het effect dus ook onmiddellijk negatief. Immers, alleen mensen in ivoren torens handelen op deze manier. Door de uitgebreide communicatieafdeling te betrekken kun je de inzet van de pr-adviseurs camoufleren en toch goed benutten. Met het bureau aan zijn zijde en de eigen mensen als liaison naar de pers zou de inzet van het bureau er misschien minder dik op liggen. Het publiek, dat al weinig tot geen vertrouwen in Van den Boog had, zag het inhuren van een pr-bureau dan ook opnieuw als een teken van zwakte; een laatste strohalm waaraan Van den Boog zich krampachtig probeerde vast te klampen. Met alle nare gevolgen van dien: supporters die (online) hun ongenoegen uitten, zelfbenoemde voetbalgoeroes die hem zwart maakten en kranten die de kant van Cruijff maar al te graag kozen. Om nog maar te zwijgen over voorzitter Uri Coronel. Hij riep in persconferenties en interviews weer heel andere dingen dan de rest van het bestuur. Verwarrend en niet slim.

Een peulenschil

Het feit dat Cruijff nu – vanaf de zijlijn – dingen roept over te veel ad hoc beleid en te weinig langetermijnvisie, kan ik niet ongegrond noemen. Als sportfan sluit ik mij daar bij aan. Te meer omdat ik uit geen enkele maatregel, mededeling of persoonlijk sympathiegevoel opmaak dat het tegendeel waar is. Zie daar het belang van transparantie. En of je dan Youp van ’t Hek heet of Johan Cruijff, als je die sympathie en toegedichte kennis wel hebt, dan is het mobiliseren van de achterban een peulenschil.

Charly

 
lvtpr-IBTimes-India © 2010 | Designed by Chica Blogger | Back to top